Gentse start-up blaast carpoolen nieuw leven in Is carpoolen de oplossing voor het fileprobleem? Bij Gentse start-up Fstr zijn ze daar alvast van overtuigd. Hun technologie verhoogt het gebruiksgemak en de flexibiliteit van het meerijden en moet zo eindelijk voor de definitieve doorbraak van het carpoolen zorgen. Pieter Dumon

De nieuwste oplossing voor het mobiliteitsprobleem zou wel eens een oude kunnen zijn. Carpoolen bestaat al een eeuwigheid maar heeft het tot op vandaag moeilijk om het waar te maken als volwaardig alternatief voor woon-werkverkeer. Eén van de grote problemen is de gebrekkige flexibiliteit van het systeem. Je kan dan wel ‘s morgens wel samen met een collega naar het werk rijden, wanneer die ‘s avonds plots moet overwerken, kom je vast te zitten. Aan dat gebrekkige gebruiksgemak willen ze bij Fstr iets doen. Door gegevens van zoveel mogelijk gebruikers in één grote database samen te brengen, moet het vinden van een carpool-match veel makkelijker en sneller kunnen. Nu hebben carpool-initiatieven als Taxistop, Blablacar en consoorten elk hun eigen beperkte database waarbinnen gebruikers op zoek moeten naar een lift.

Bij Fstr willen ze de gebruikers van die verschillende diensten niet alleen met elkaar in contact brengen, ze willen het aantal gebruikers ook fors de hoogte in jagen door grote bedrijven bij hun project te betrekken. “Die weten waar hun werknemers wonen en hebben er ook zicht op wie wanneer de verplaatsing van en naar het werk maakt”, legt David De Beukelaer van Fstr uit. De start-up brengt niet alleen zoveel mogelijk van die gegevens samen, het bedrijf heeft ook de technologie in huis om die gigantische database snel te doorzoeken. Dat maakt het mogelijk om snel een alternatieve lift te vinden, wanneer je chauffeur plots afhaakt omdat hij of zij moet overwerken. Bij Fstr hebben ze daarvoor een eigen app ontwikkelt die ze vanaf eind augustus proef laten draaien. Voorlopig beperkt het experiment zich tot de regio Gent.

De gemeente Merelbeke sprong al mee op de kar en ook met de UGent en bedrijven als chemiereus Eastman worden gesprekken gevoerd. Werkgevers die mee in het project stappen kunnen trouwens nog meer doen dan enkel het aanvullen van de database met de gegevens van hun werknemers. Fstr voorziet ook een systeem waarbij werknemers die carpoolen credits kunnen verdienen. “Die kunnen dan omgezet worden in allerhande voordelen”, legt De Beukelaer uit. “Gaande van een tankkaart tot een voorbehouden parkeerplaats dicht bij de ingang.”

De geografische schaal van het proefproject mag dan al beperkt zijn, de ambities van Fstr zijn dat niet. Om de mobiliteitsproblemen echt ten gronde aan te pakken dromen ze bij het Gentse bedrijfje van één gezamenlijke open database van ritten voor het hele continent, die dan door verschillende aanbieders van carpooldiensten kan gebruikt worden. Een droom die blijkbaar ook op de hogere Europese echelons leeft want Fstr kreeg deze week 100.000 euro Europese subsidie die moet helpen om de steile ambities van het bedrijf te realiseren. Maar kan een plotse opmars van het carpoolen de mobiliteitsknoop ook effectief ontwarren? “Dat is heel moeilijk in te schatten”, laat Johan De Mol, mobiliteitsexpert van de UGent weten. “Elke auto die de weg niet op komt helpt het fileprobleem een beetje op te lossen, maar het blijft gissen hoe groot het potentieel van carpoolen effectief is.”